Metadata: zin of onzin?

Praktisch iedereen hier kent Henk Gianotten. Trouw lezer en vooral commentator op de geplaatste berichten. Bekend van zijn passie voor ISO 12647/2 en Unicode. Maar wat moet je met die technologische standaarden?

Vorige week heb ik met Henk een afspraak gehad en daarbij kwamen deze onderwerpen natuurlijk ter sprake. Ik moet eerlijk bekennen dat ik altijd het idee had dat Henk vooral van de technologie was. Maar ik werd verrast door zijn redenatie. Daarin legt Henk een duidelijke relatie tussen technologie en zakelijke waarde. In de vorm van commercieel succes maar ook in de vorm van efficiency.

Tegen het einde van de vakantie kan je hier één (of meerdere?) gast-posts tegemoet zien van Henk Gianotten.

Vooruitlopend daarop een presentatie die Henk gegeven heeft in Groningen eerder dit jaar. Daarin toont hij aan dat bedrijven geen kaas gegeten hebben van het goed ‘meta-dateren’ van hun documenten en content. De wereld draait om zoeken tegenwoordig en organisaties zijn niet in staat hun documenten zodanig te benoemen dat ze bovenkomen bij zoekopdrachten.

Voorbeelden worden in de presentatie genoemd; links naar ‘live’ zoekresultaten van de volgende organisaties bieden een ontluisterend beeld in de wereld van zakelijke communicatie. Dit is slechts een willekeurige lijst.

Vodafone
Philips
KLM
AKZO Nobel
Ministerie van Economische Zaken

Leden van CMBO, hier ligt een prachtige kans! Zoek op de site van uw opdrachtgever naar onbenoemde documenten, wijs de klant daarop en geef dan meteen aan dat daar nu juist uw toegevoegde waarde kan liggen! Of werkt u al aan en met metadata?

23 comments to Metadata: zin of onzin?

  • Henk Gianotten

    Marco Kramer meldde dat hij behoefte had aan wat meer uitleg. Wat betreft de Philips pagina’s en de vele “metadata-arme” bestanden, kan ik rapporteren dat men het geschetste probleem nu pas in volle omvang herkende en ook van plan was om de samenstellers van de eigen bestanden daar opmerkzaam op te maken. Ook andere Philips vestigingen gaan er wat aan doen. Een van de productmanagers meende dat hiervoor een grote taak was weggelegd voor de bedrijven die de Philips bestanden maken.
    Dat zijn meestal externe toeleveranciers. Ook HP (met 39000 hits) reageerde razendsnel en vroeg zich af waarom Adobe niet meer aandacht besteedt aan dit fenomeen. Ik denk dat Adobe nauwelijks wat te verwijten valt aangaande hun technische documentatie. Die klopt wel. Het missionarissenwerk kan men wel verbeteren. Of dat gezien de ISO-certificering en het stallen bij de ECMA terecht is, betwijfel ik.
    Wat betreft de Buhrmann pagina kan ik melden dat het (destijds nieuwe) Engelse designbureau de Frutiger zonodig moest vervangen door de Linotype DIN. Daar hadden ze echter slechts de beschikking over oude PostScript fonts waarbij het euroteken ontbrak en dus uit een afwijkend font werd gezet. In plaats van voor 44 euro 2 nieuwe fonts te kopen!
    Dat is ook goed zichtbaar op de bewuste pagina. Het eurotekenfont was verkeerd encoded en alle eurotekens waren daardoor wel zichtbaar maar niet doorzoekbaar.
    Het bizarre was dat de verantwoordelijke projectmanager bij het Engelse designbureau in het geheel niet begreep wat een encoding van een font voor invloed kon hebben op de doorzoekbaarheid van een PDF-bestand.
    Gelukkig werd de opdracht voor de productie van het jaarverslag het volgende jaar aan Eden, Amsterdam (nu dus Edenspiekermann) gegeven. Zij gingen weer gewoon terug naar de Frutiger en het leed was geleden.
    Wat betreft onze printerfabrikant uit Venlo kan ik melden dat zij al 6 jaar lang de verkeerde eurotekens hanteren. Ik schreef daarover ook al eens een vilein commentaar in het juryverslag van de Grafische Cultuurstichting over de Beste Nederlandse Jaarverslagen.
    Dat verslag werd door dezelfde printerfabrikant gesponsord en hun naam staat dus ook uitdagend op het omslag.
    Ik kreeg meteen telefoontjes uit Venlo en den Bosch (verkoop Nederland) en men zou het probleem meteen ter hand nemen. Uiteindelijk duurde dat 3 jaar voordat “Corporate Comminications” of “Investor Relations” begreep wat ze moesten vragen of dat de ontwerper begreep wat nodig was.
    Destijds was het foutief encoden en metadateren ook een item voor de BNO-leden.
    Ik schreef er een bijdrage over in hun clubblad “BNO Vormberichten”. De opmaker en de drukker hanteerden echter verschillende fonts waardoor mijn artikel over ‘foute encodings’ ook fout gezet werd en er dus foute lettertekens in de tekst stonden.
    Opmerkelijk, maar waar. Het vervolgartikel ging overigens ook weer fout en pas mijn derde poging resulteerde in een tekst met de juiste lettertekens waaronder de goede euro’s.
    Overigens zie ik nog dagelijks encodingsfouten in tijdschriften en kranten. Er is dus nog genoeg werk aan de winkel!
    P.S.: dit is niet mijn eerste gastbijdrage waar Peter het hierboven over heeft! Gewoon een reactie op de vraag van marco.

  • Henk, de reactie is al bijna een gast-post inderdaad!
    Het nut en de relevantie van metadata heb je met deze simpele zoekopdracht wel aangetoond. Maar welke eerste stap of stappen zou een “maker van de bestanden” (bijvoorbeeld een lid van CMBO) kunnen zetten om hier iets mee te doen?
    En een vraag aan de lezers hier: zou ‘metadata’ een onderwerp zijn voor een CMBO bijeenkomst?

  • [...] Lees het bericht met comment van Henk Gianotten zelf en de presentatie op de CMBO weblog. [...]

  • Henk Gianotten

    Peter, mijn gedetailleerde aanbevelingen zal ik graag later deze maand geven.
    Ik ben nu immers met vakantie!
    Maar toch even wat punten te overdenking (en reacties!)
    In principe kun je stellen dat alle servicebedrijven die pagina’s, documenten en advertenties maken daarvan niet uitsluitend de drukgerede versie moeten maken maar ook moeten aanbieden om in een keer (of net even later gezien de verschillende prioriteiten) er ook een webversie en een bewaarversie van te maken. De webversie met de juiste afsnede, resolutie en PDF-optimalisatie. Dus geen paskruizen en snijtekens meer zichtbaar en ook geen ongecropte afbeeldingen in een te grote resolutie. Wat voor de opmaak soms nodig is (flexibiliteit inzake beeld en kleur) is bij een web- of bewaarversie een zinloze en onnodige vorm van exeptionele bestandsomvang. Zelfs nu nog tonen diverse prominente vakbladuitgevers PDF’s van pagina’s of artikelen die niet aan de webeisen voldoen. Daarnaast ontbreekt regelmatig de metadata en heet een artikel “InDes 13-13′ of “binnenwerk_4″.
    Voor de bewaarfunctie heb je PDF/A-bestanden. Dat is nodig omdat men voor de lange termijn de garantie krijgt dat de volgens deze standaard vervaardigde bestanden t.z.t. ook nog gelezen kunnen worden door de operating systems en viewers van dat moment. PDF/A is voorlopig het enige gesloten formaat waar dergelijke eisen voor vastliggen.
    Gesloten is hier wellicht het verkeerde woord. Ik bedoel een formaat waar ik alle tekst- en beeldcomponenten inclusief de technieken om beeld-, kleur- en encoding gecontroleerd te kunnen converteren.
    Het “intelligent” slaat op het feit dat je iets later ook nog in een ander medium (met de daarbij te gebruiken bitmaptechniek/resolutie en kleurruimte) kunt weergeven.
    Zijn de juiste tabellen niet in het embedded font aangebracht dan kun je wellicht de juiste tekens niet meer zoeken (mijn voorbeeld van het euroteken). Zijn de juiste icc-profielen niet embedded dan kun je dus niet meer zien om welke versie RGB of CMYK het gaat en kun je de bewuste bestanden al helemaal niet mee gecontroleerd en consistent beoordelen op scherm of print. Als aan een van die twee eisen niet voldaan wordt is het systeem (composition en separation) niet ‘intelligent’ meer en wordt de verwerking van dergelijke bestanden sterk bemoeilijkt.
    Prepressbedrijven (met kennis van composition/zetten en separation/lithografie) zijn bij uitstek in staat dat kennisaspect te vermarkten.
    Je ziet echter dat de opdrachtgevers niet weten wat kan en moet en dat de aanbieders (ontwerpers, prepressbedrijven en drukkerijen) meestal niet aanbieden wat (in mijn ogen) wenselijk is.
    Ik vind dat jammer. Zoals je wellicht weet word ik nog al eens ingeschakeld bij ferme ruzies tussen opdrachtgevers, ontwerpers en drukkers. Ik rapporteerde daarover regelmatig in mijn columns voor ontwerpersbladen als Items en Publish. Regelmatig constateer ik dat de kwaliteit en uitvoeringsmogelijkheden van output (PDF, proof en print) niet voldoende gespecificeerd zijn.
    Als in de order staat: “64 pagina’s binnenwerk en 4 pagina’s omslag, formaat A4 aangeleverd als PDF” dan vraag je om moeilijkheden.
    Wij moeten onze aanleverspecificaties beslist beter en uitgebreider vastleggen en daarbij (multiple choice) ook aangeven of schoongesneden, geoptimaliseerde webweergeve-PDF’s wellicht nodig zijn.
    En ook of PDF/A-bestanden (naast de PDF/X) nodig zijn.
    Natuurlijk zal menig opdrachtgever nog niet verder denken dan het volgende nummer of de volgende opdracht.
    Met die vermeldingen alleen al, dwing je de klant (en je eigen mensen) om na te denken over webweergave, weboptimalisatie, zoekoptimalisatie en lange-termijnbewaring.
    Vergeet niet dat de overheid digitale documenten accepteert als de aanbieder van de documenten de weergave op de dan algemeen beschikbare systemen garandeert.
    Mooie zin, met huiveringwekkende consequenties. Dat kan dus uitsluitend op lange termijn als je de keuze maakt voor de lange-termijnoplossingen.
    PDF/X is dat beslist niet. CertifiedPDF dus ook niet.
    Geweldig bestandstype voor druk- of printgerede documenten.
    Onbruikbaar voor lange-termijnopslag.
    PDF/A gaat bijvoorbeeld uit van het embedden van alle fonts. Dus ook van de Courier (voor paginadocumtatieteksten in bijvoorbeeld grootmontage), de Times, de Dingbats en de Helvetica.
    PDF/X doet dat meestal niet. Vandaar ook een voorstel om alle fonts altijd te subsetten. Maar dat terzijde.
    Op een later tijdstip kom ik graag nog eens terug op mijn “untitled” kruistocht. Die is overigens niet uitsluitend nationaal. Ik ben al uitgenodigd om die bewuste presentatie ook elders te geven. Sommige Amerikanen en Engelsen waren “shocked” toe ik ze op dit fenomeen wees. Onze Duitse en Zwitserse broeders reageerden veel rationeler. Zij zijn ook hier weer de gangmakers van deze standaards.

  • Henk Gianotten

    Ik schreef ook over de Amerikaanse reacties.
    Dit was naar aanleiding van mijn korte bijdrage aan een discussie op de Print Ceo blog over de kwaliteit van het druk- en printwerk en van de PDf-bestanden die wij als industrie onze klanten leveren.
    “These findings show that the quality of the PDF files is very important.
    Printers and designers prepare the files for print and web applications. For search technology optimization the proper inclusion of the title and other metadata is very important.
    Sometimes the title of a product sheet is “x34final”. Or even worse “untitled”. Millions of files on the internet are not prepared for the web.
    High-resolution images and lack of title and other metadata.
    Just do your own testing.
    Search in google and insert just 3 words.
    The first one is “untitled”.
    The second one is “filetype:pdf” and the third one (for example) “hp.com” or “kodak.com” or “apple.com”.
    HP.com gets 39000 searched untitled files!
    Not all made by HP but some important ones are prepared by HP or their designers or their printers.
    You will see that thousands of PDF files are not prepared with the right data in the important data fields.
    This means lower quality search results.
    Try your own website and shiver.
    We are obliged to show our customers that the quality of our products is not only visible on print or screen.
    The digital part (prepress and generation of PDF files for web applications) is very important too” .

    Direct kreeg ik reacties van o.a. HP en Kodak.
    Die zagen de noodzaak van bestandoptimalisatie beslist in.
    In mijn bijdragen (eind van deze maand) zal ik ook melden hoe moeilijk het is om bij de opdrachtgever die beslisser te vinden die de consequenties van het gebruik van niet-optimale bestanden inziet.
    En ook in staat is de jongens (en meisjes) die PO’s afgeven te bewegen daar bij de orderverstrekking rekening mee te houden.
    Je kunt je voorstellen dat zij van de inkoop nog minder weten van metadata dan hun technische collega’s bij productmarketing of sales.
    Maar wil je meer toegevoegde waarde realiseren dan is deze moeilijke weg de enige,
    Denk ik.

  • Beste Henk,
    voor een vakantie-vierend expert ben je behoorlijk uitgebreid bezig! Erg interessante inzichten. Ik zie dezelfde problemen opdoemen als bij de acceptatie van DAM systemen rond 2002/2003. Er moet een duidelijke relatie zijn tussen de business en metadata.
    Welke bijdrage levert metadata aan het resultaat van de onderneming? Via zoekmachine-optimalisatie (SEO) is hier een duidelijke relatie aanwezig lijkt me.
    Daarmee kom je uit de technische hoek en zit je meer in de richting van marketing/sales. Dus CMO (directeur marketing) of CCO (commercieel directeur).
    Hoe denk jij hierover? Zijn er lezers die hier meer over kunnen vertellen?

  • Terug naar de vraag: Metadata: zin of onzin?

    Zinvolle metadata toegevoegd aan PDF’s maar ook aan bronbestanden zoals beeldmateriaal kan grote voordelen geven:
    - Verbeterde searchresultaten bij online en offline searchopdrachten
    - De mogelijkheid om (grafische) workflows vergaand te automatiseren (kostenbesparing!)

    In mijn “vorige leven” bij een groot grafisch bedrijf maakten we vooral gebruik van het laatstgenoemde voordeel van metadatering.

    Succesvolle toepassing van metadatering vereist wel dat de “eigenaren” van content inzien wat de toegevoegde waarde er van is en de discipline afdwingen die nodig is om metadatering consequent toe te passen of beter nog: workflows in te richten waar je workflow stopt als je niet eerst de noodzakelijke metadata hebt toegevoegd.

    Dacht ik zo….

  • @jo mooie suggestie. Was dat dan alleen voor intern gebruik? En wie was de eigenaar van die content? Het gaat er ook juist om dat je klant is overtuigd van de zin van metadata (en dan is jouw eerst genoemde voordeel voor hem/haar relevant). Dat levert ook meerwaarde aan je dienstverlening.
    Is dat grote grafische bedrijf nog actief bezig met metadata? Hoe waren de resultaten?

  • Henk Gianotten

    Wat betreft de juiste toepassing van metadata heb ik niet al te grote verwachtingen. De noodzaak om de juiste metadata (op de verschillende plekken) in de workflow toe te voegen wordt door de meeste stakeholders niet begrepen. Men zal het meestal wel doen als men er een direct voordeel in ziet. Procesoptimalisatie (want daar praten we hier over) is een onderwerp dat gedragen moet worden door de gehele organisatie terwijl vele externe toeleveranciers en/of gebruikers er ook moeite voor moeten doen om de optimale resultaten te kunnen realiseren. Of een bediener de juiste metadata invult wordt meestal niet gecontroleerd (tenzij de software verderop dat vaststelt en verdere verwerking bijvoorbeeld weigert) en de effecten daarvan worden pas veel verder in het proces of pas ergens anders (meestal dus ook pas later) zichtbaar.
    Het algemene belang is er dus zeer mee gediend, terwijl het belang van de individuele personen, afdelingen of bedrijven zeer beperkt kan zijn. Het benadrukken van dat algemene belang (en het inzien dat bv aanbrengen van metadata of kenmerken belangrijk zijn) vindt uitsluitend plaats in organisaties waar de juiste attitude daarvoor aanwezig zal zijn.
    De werkelijkheid is echter dat een dergelijke attitude slechts zelden bij bedrijven of organisaties aanwezig is.
    Dat zal vrijwel uitsluitend gebeuren bij organisaties waar in de leiding mensen aanwezig zijn die kunnen begrijpen waarom zoiets noodzakelijk is.
    Bij bedrijven met zogenaamde kolommen (of business units) is elke baas of chef van elke kolom onderdeel van de leiding en hij behartigt vooral de belangen van zijn groep.
    Daar wordt hij (als MT- of RVB-lid) ook meestal op afgerekend.
    Dus zal hij vrijwel uitsluitend kijken naar de voordelen waar zijn groep of divisie wat aan heeft.
    Vergelijk het met de invoering van CtP in de negentiger jaren in de drukkerijbedrijven.
    CtP was prepress. Dus rekende men of je sneller en goedkoper platen kon maken. Productietijd en plaatprijs waren zeer belangrijk.
    Veel belangrijker was echter of je een pers sneller kon inrichten, je betere drukkwaliteit kon realiseren terwijl een beter register en minder inschiet uiterst belangrijk waren.
    Als je uitsluitend naar de prepressvoordelen keek zag je dat veel drukkers destijds (nog) niet investeerden omdat de plaatprijs destijds nog te hoog was. De aanzienlijke drukkerijvoordelen waren destijds veelal nog geen onderdeel van de ROI-berekeningen.
    Bij drukkerijen waar de beslissing gemaakt werd op basis van het algemene belang (prepress, drukkerij en verkoop) was de investering van CtP soms een dure investering voor prepress omdat de platen duurder werden. Gelukkig hebben we gezien dat enige jaren later de invloed van de drukkerij op de investering van CtP veel groter werd.
    Ik vergeet hier maar even de invloed van grote opdrachtgevers als Time die CtP (in dit geval Creo) eisten.
    Je ziet dat “kolomdenken” of “silodenken” of “spreadsheetdenken” ook veel in de toepassing van IT.
    Als er géén directeur of RVB-lid is die voldoende affiniteit heeft met de technische zaken en onvoldoende het algemeen belang van de groep dient, gaat er heel veel fout.
    CRM-systemen (met relevante klanteninformatie over alle klanten en potentiële klanten) werden onvoldoende benut omdat verkoop weigerde de relevante informatie over hun eigen klanten in het systeem te voeren. Dus bleef men eigen systemen (de spreadsheets van verkoop plus de lijstjes van de verkopers) gebruiken. De verkoopafdeling van een individueel bedrijf of afdeling had ook niet veel aan een compleet opgetuigd CRM-systeem waar niemand bereid was voldoende inhoud te leveren. Vooral niet als diezelfde verkoop uitsluitend werd afgerekend op hun eigen resultaten.
    Het algemeen belang botst dan met het eigen belang.
    Datzelfde geldt bij de metadata en kenmerken van bijvoorbeeld PDF’s.
    De ontwerper die een folder voor bijvoorbeeld KPN maakt wordt afgerekend op prijs.
    2 A4 spread in kleuren mag X euro kosten.
    Dus doet hij er niets extra’s voor.
    Geen metadata, geen weboptimalisatie, geen bestandsreductie voor de web-PDF en geen juiste instelling van de verschillende boxen (trim, bleed etc).
    Dat is immers niet interessant voor de drukker die ervan drukt.
    Debediener van de digitale grootmontage bij de drukker matst zonodig de ontwerper.
    De web-PDF is dan soms een gewone PDF met alle makken die ik hierboven beschreef.
    Zolang bijvoorbeeld KPN niet exact formuleert waar die PDF aan moet voldoen, zal men verderop in het proces (bijvoorbeeld formulier als download op site) pas de problemen zien.
    En in sommige gevallen ziet men die problemen niet eens en plaatst men doodleuk ongesneden, niet-webgeoptimaliseerde PDf’s op die site.
    Zoek op Google maar naar de folder over telefonisch overleg in groepen.
    Dat gebeurt nu bij KPN, TNT, Philips, Rabo, ABN-Amro, ING en vele tientallen bedrijven in ons land (en ver daarbuiten).
    Zolang er niet een verantwoordelijke persoon in de top zit die dit soort
    “minor issues” aanpakt zullen dit soort problemen blijven bestaan.
    En zolang wij (als producenten of verwerkers van dergelijke PDF’s) niet de moed hebben (of de kennis, ervaring, tijd, you name it) om de klant op deze facilteiten en productvoordelen te wijzen, zal er dus ook niet zoveel veranderen.
    Wachten tot grote bedrijven daar zelf om vragen, kan nog heel lang duren. Denk ik.
    Het enige dat ons dus overblijft is om er voortdurend zelf op te hameren.
    En ons de (extra) kennis eigen te maken om er met onze klanten over te kunnen praten.
    Dat laatste brengt mij op een recent gesprek met de afdeling Corporate Communications
    van een groot concern. Over metadata en PDF-weboptimalisatie (en overigens ook PDF/A voor digitale archivering) had men (volgens mijn zegsman hoog in de organisatie) nog nooit met hun drukkers, ontwerpers én reclamebureaus gesproken!
    Tja!

  • Henk Gianotten

    Een drukker die ook met prepressactiviteiten KPN bedient (en daarom liever niet met zijn naam hier wordt vermeld) vroeg me over welke PDF van KPN ik het dan wel had in mijn bijdrage van gisteren. Dus nu dan maar met de billen bloot en diep in de details.
    Het gaat om de PDF van KPN genaamd flyer_familieberaad. De PDF beschijft de mogelijkheden van de telefonische service genaamd familiberaad waarbij meerdere familieleden tegelijkertijd telefonisch met elkaar kunnen overleggen.
    Het is een dienst van KPN maar de PDF heeft het woord KPN nergens in de tekst gebruikt. Natuurlijk verwerkte de ontwerper (overigens extern en uit Voorburg) wel diverse malen het KPN-logo maar daar zoekt google nu eenmaal niet op.
    Fout 1 is dus dat de metadata van KPN ontbreekt.
    Fout 2: het drukklare bestand is niet gesneden; het hanteert de verkeerde box.
    Fout 3: het bestand is een hoge-resolutiebestand voor drukwerk dat op de website staat en dus ongeschikt is voor een snelle webweergave. Het bestand is nu 1.9 Mb groot; na optimalisatie is het nog slechts 318 Kb. Dat scheelt dus aanzienlijk.
    Fout 4: de bestandsnaam en de titel waaronder KPN het gebruikt verschillen 1x flyer-familieberaad en 1 x famileberaadflyer. En google mag dan beslissen!
    Arme consument!
    Fout 5: de verkeerde fonts zijn ingesloten. het geheel is (conform de huisstijlregels van KPN) opgemaakt in de Linotype Syntax. De encodings van de verschillende gewichten is echter verschillend. Bovendien zijn er onnodige fonts embedded met tekens die wel in het oorspronkelijke native bestand voorkwamen maar daarin niet zichtbaar zijn. Daardoor wordt het bestand ook onnodig groot. Die foute fonts kunnen er dus beter uit.
    De gebruikte encodings zijn deels niet goed en gelukkig komen er geen buitenlands namen in dit document voor waar google problemen mee zou kunnen krijgen.
    Zo kan ik nog wel even door gaan met typografische fouten zoals de familie vermelding die op schoon- en weerdruk (dus pagina 1 en 2 in de PDF) een verschillend gewicht hebben.
    Dat is dan een niet -consistente huisstijltoepassing die overigens niet onder de PDF-fouten geschaard kan worden.
    Dat is gewoon de fout van de ontwerper; een goede zetter in de preflight zou het wellicht opgemerkt hebben. Maar dat terzijde.
    Wat verder opvalt is dat http://www.familieberaad.nl een subsite van http://www.kpn.com of kpn.nl is maar daar niet naar zoekt. Tik je in google kpn familieberaad in dan vind je de PDF niet. Laat je kpn weg, dan hindert fout 1 niet en vindt je de site van familieberaad.nl en dan kom je uiteindelijk bij de bewuste PDF. De KNP-site verwijst met zoekopdracht familieberaad niet naar de bewuste PDF. Zelfs niet als je filetype:pdf intoetst.
    Zoiets verwacht ik niet bij KPN waar toch schofterig veel IT-kennis in huis is.
    De internetexpert (gevreesd en gehaat) Jacob Nielsen zou het hierboven geschetste een doodzonde noemen.
    Ook hier zie je dat aan dit object ontwerpers, marketingmensen, drukkers, webmasters en waarschijnlijk nog veel maar experts aan te pas zijn gekomen die zich niet (volledig) bewust zijn dat ze noodzakelijke ingrepen/instellingen moeten uitvoeren.
    Dus Peter, hier is werk aan de winkel voor consultants uit o.a. CMBO-gelederen.
    Denk ik.

  • Henk Gianotten

    Voor wie de details nog eens wil nagaan:
    http://www.familieberaad.nl/info/images/pdf/Flyer_Familieberaad.pdf
    Succes.

  • @Peter
    Je vroeg: Was dat dan alleen voor intern gebruik?
    Inderdaad, hoofdzakelijk om interne processen te automatiseren.
    En Henk heeft inderdaad gelijkt als hij stelt dat dit alleen functioneert als de gebruiker er voordeel in ziet. Ik heb voorbeelden zien werken waarbij de workflow zelfs stil kwam te staan wanneer de gebruiker een deel van de noodzakelijke metadata niet toevoegde. Als je als gebruiker verantwoordelijk bent voor de voortgang van een opdracht zorg je wel dat je dit op orde hebt…

    Ook heb ik voorbeelden gezien (voor geautomatiseerde RGB naar CMYK conversie van PDF’s) waarbij het handmatig toevoegen van metadata (nodig om te converteren met het juiste kleurprofel voor een bepaalde combinatie van drukprocédé en papiertype) werd voorkomen door de gebruikers te verplichten tot een gestandaardiserde bestandsbenaming van de PDF’s. Op basis van die naamgeving kon de workflow dusdanig geautomatiseerd worden dat elk bestand op de juiste wijze geconverteerd werd. Dan maakt je als automatiseerder het de gebruiker makkelijker.

    Juist in interne grafische processen zie ik grote voordelen van het gebruik van metadata, in welke vorm dan ook.

  • Henk Gianotten

    Iemand (die in mijn ogen te aardig is voor mij) meldt terecht dat ik de naam van Jakob Nielsen verkeerd heb gespeld. Het is dus geen Jacob maar echt Jakob. (www.nngroup.com en http://www.useit.com) Overigens kan ik degene die zich met webdesign, usability en weboptimalisatie moet bezighouden adviseren zijn bijdragen en alertboxen regelmatig te lezen. Uitermate interessant en zijn adviesen kunnen veel geld (en vooral) irritatie besparen.
    Voor beide Twitter-adepten “Peter & Peter” verwijs ik bovendien hier even graag naar de bijdrage over dat medium en de beperkte bijdrage van een ‘brede groep’.
    Jakob Nielsen meldt o.a.:

    TWITTER PARTICIPATION INEQUALITY

    Study of Twitter postings shows that the 10% most active contributors
    account for 86% of Tweets: > http://tr.im/vH7J

    No big surprise, because it’s only to be expected that Twitter would
    follow some variant of the same fundamental 90-9-1 behavior as all the
    earlier Internet communities that have ever been studied:
    > http://www.useit.com/alertbox/participation_inequality.html

    I am not sure that excessive posting is the best use of Twitter, however.
    We’re running a series of studies of Twitter users and many of them
    complain about companies that tweet too often. This research is still
    ongoing, and I can’t give you the official guideline yet, but I think
    there’s a great risk of losing followers if you post too much.
    ————-
    Einde citaat.
    Overigens lijkt zijn bewering ook van toepassing te zijn op deze blog.
    Of is dat slechts tijdelijk??
    Graag jullie reacties!

  • Henk Gianotten

    De Amerikaanse drukkers hebben (in verband met de Print tentoonstelling die vergelijkbaar is met de Drupa wat betreft impact op de drukkers aldaar) voor hun leden een lijst van 10 Topt Technologies opgesteld. De vorige keer scoorden workflow en kleurmanagement. Nu staat op nummer 1: IT-competence. Op die gedeelde plaats staan ook W2P en MIS.
    Kennis van IT wordt ook daar gezien als uitermate belangrijk.
    Kennis van bestandsaanmaak, filebeheer en content managementsystemen is kennelijk ook daar zeer belangrijk geworden om te overleven.
    Lees het bericht aandachtig en kijk goed naar hun expliciete advies over cross-media.

    Ten Top Survival Technologies announced for PRINT 09; Must See ‘ems
    Reston, Virginia • Tuesday, August 18, 2009

    Among a commercial printer’s ‘critical core technologies,’ topping the list was information technology (IT), along with the effective use of Management Information Systems (MIS) and print buyer interfacing via the use of Web-to-Print software, in a three-way tie identified by the Selection Committee for the PRINT 09 MUST SEE ‘EMS technology/product recognition program. (starting September 10 2009)

    According to the Committee, today’s print production operation is a computer-centric manufacturing process, built around interfacing with the print buyer, that handles content material, controls manufacturing and distribution operations, and also provides information used as the basis for managing a print business.

    IT competency, Web-to-Print and MIS are critical technologies:
    In today’s evolving print business, the computer is frequently the entry point, starting with print buyers placing inquiries, receiving quotations from the printer and placing orders over the Internet. Web-to-print utilization is, with the exception of well established MIS-based estimating, the number one application for printers’ computer use.

    Whether a printer-created approach, or via CIP4’s Job Definition Format (JDF), computers and MIS are the key components of integrated automation. Production floor feedback to MIS offers a wide range of information that, if acted upon, can improve operations. However, often lacking, the Committee notes, are the analytical software skills and computer savvy to turn available data into actionable improvements by utilizing the data in follow-on applications such as statistical process control. Other functions that benefit from IT competency are, for example, addressing/mailing and digital asset management operations.

    After IT competency, Web-to-Print and MIS, all in a three-way tie for first place, digital printing was cited as the next key technology for commercial printers to embrace. Printers whose mainstay output is sheetfed or web offset are finding that the lack of digital printing capability, even if only for addressing and brief messaging, puts them at a competitive disadvantage. According to the Selection Committee, in the longer term-three to five years-digital printing will have infiltrated the majority of printing operations and, as one member commented, “You won’t want to be without it.”

    Several Committee members noted that if, or when, the ink jet equipment demonstrated at Drupa comes to market, increasingly longer run work will start to gravitate to both sheet and web ink jet digital printing.
    Several Committee members commented that the key to moneymaking with digital print is mastering variable data printing and mining the markets where personalization and one-to-one marketing pays off; which leads back to the top technology selections.
    While no single technology secures a commercial printer’s place on the road to profit (it takes a grouping of technologies working together to best serve specific markets) the Committee noted one exception-the fifth technology pick, workflow-since efficient applications workflow is critical for any printer.

    Color management, and the ability to provide cross or multiple media products, tied for sixth place on the list of critical survival technologies. As black-only work is on the decline, few commercial printers can exist without color capability-and the key to quality color lies in color management, agreed Selection Committee members.

    In 2009, because advertising and information markets have become fragmented, multi-media capability provides printers with a diversification opportunity. In the short to medium term, the Committee predicted ‘Cross-media will transition from being an “opportunity” to a required customer service.’

    PRINT’S TOP 10 TECHNOLOGIES

    Ranked Technology
    1 Information Technology Competence*
    1 Web-to-Print*
    1 MIS*
    4 Digital Printing
    5 Workflow
    6 Color Management**
    6 Cross-Media Production**
    8 Automated Equipment
    9 Customer Resource Management (CRM)
    10 Preflighting

    * Tied for 1st place as a ‘critical technology’
    ** Tied for 6th place

    The “best in show” examples of the products and services chosen by the Committee, will be identified by the MUST SEE ‘EMS product and technology recognition program, which spotlights PRINT 09’s most unique, innovative and compelling products and services for printers to see at the global exhibition and conference.
    MUST SEE ‘EMS recipients will be announced at the conclusion of the EXECUTIVE OUTLOOK Conference to be held in McCormick Place the day before the show opens on Thursday, September 10th.

  • Henk Gianotten

    Mijn reactie van 17 augustus j.l. wacht – volgens de toegevoegde tekst – op goedkeuring.
    Van wie? Ik merk niets van enige ingreep van de webmaster en toch staat die intrigerende tekst daar al een paar dagen – volgens mij – nutteloos te zijn.
    Of toch niet?
    Overigens wacht ik ondertussen wel op een schriftelijke reactie.
    Of heeft Jakob Nielsen in dit geval wederom gelijk?
    Zijn het slechts een klein aantal deelnemers die reageren?
    Of wordt dit een onderonsje van Jo, 2 Peters en ik?
    Ik ben meer dan benieuwd!

  • @Henk je reactie van 17 augustus is geplaatst. Kennelijk iets in de taal of link die het als mogelijk spam markeerde.

    Over de top 10: CRM staat op 9 en dat is waar het geld (en de pijn) van de klant zit. In mijn beleving mag CRM wel hoger. De rest is (lekker generaliserend) technologie en intern gericht. Maar dat is een andere discussie. Wel waardevol om die lijst hier te delen. Geeft een mooi inzicht in het rap veranderende landschap!

  • Henk Gianotten

    Ik denk dat een los CRM minder nodig zal zijn als men een goedwerkend integraal W2P-systeem koppelt aan een uitgebreid MIS. Daar zitten meestal ook wel functies in die een vorm van CRM mogelijk maken. CRM als systeem waarin ‘events’ geregistreerd worden waar verkoop op kan reageren zijn bij ons soort bedrijven minder nodig. Voorraadvorming en dergelijke zaken horen meer in de systemen voor W2P.
    Ik ben benieuwd hoe Roelof hierp reageert. Is het niet zinvol de discussie over de Top Ten als apart item op te voeren?
    Untitled zegt sommige (drukkende) deelnemers waarschijnlijk (nog) niets.
    “De Top Tien van Amerikaänse drukkers als strategie?” levert wellicht meer reacties op.
    Peter of Peter? Wie mag ik vragen dat te doen?
    Bij voorbaat dank.

  • Henk Gianotten

    Wat betreft de Top Ten voor 2008 kan ik melden dat toen MIS op positie 1 stond en IT competence op 2. Color Management scoorde in 2008 nog hoog want het stond op 3.
    Workflow kwam op 4. Digital printing op 5 (zij wisselden dus van plaats) en W2P stond in 2008 pas op positie 6.
    De interesse daarvoor is nu (in 2009) dus flink toegenomen wat het scoort op een gedeelde eerste plaats.CRM stond in 2008 nog op 10 en is (gelukkig voor Peter) nu gestegen naar 9.
    Nog steeds laag, volgens hem.
    Je zou dus mogen concluderen dat de ISO 12647 @ icc-profieladepten hun werk voldoende gedaan hebben. De toeleveranciers (reclamebureaus, prepressbedrijven en ontwerpers) worden in de VS kennelijk goed bediend. W2P is nu duidelijk een topprioriteit geworden en de consument hanteert W2P al breed (lees de successen van Vistaprint en PrintingFoeLess) en de bedrijven en organisaties willen steeds meer via W2P uitvoeren. Drukkers, luister naar uw klanten, zegt men in de VS.

  • Henk Gianotten

    Ik hoop dat jullie mij mijn spelfout in de naam http://www.printingforless.com vergeven. Overigens erg leuk om te kijken hoe een lokale drukker met “internetdrukken” begint en nu met 160 mannen (en relatief veel vrouwen) in een piepklein dorp een geweldig goede boterham verdient.
    Dat doet hij door direct aan te bieden aan bedrijven en organisaties en indirect via de “brokers” en collega-drukkers. Bij hem lopen complete vormen van collegadrukkers die hij drukt, afwerkt en verzendt met de etiketten van degene die het verkocht heeft.
    Hij doet zo’n beetje hetzelfde als Laserline in Berlijn. Die drukt ook heel veel vellen in 52 x 74, 62 x 84 en 70 x 100 voor collega’s maar combineert ook opdrachten van hemzelf en veel collegadrukkers tot “gangorders” waarbij de prijsvorming en kortingen volkomen transparant zijn. Ook bij PFL is de prijsvorming voor iedereen zichtbaar en zelfs over de kortingen voor collegadrukkers is men zeer open.
    Desondanks heeft PFL wel last van de huidige crisis maar – naar verluid – veel minder dan de gewone drukkers. Ook Vistaprint (met stationarywerk voor consumenten en vooral MKB) heeft veel minder last dan de gewone drukkers. Het jaarverslag (aanrader!) is zeer interessant om te lezen. Waar een duidelijke strategie toe leidt.

  • [...] zere plek: het gebrek aan metadata dat nog veel te veel online documenten kenmerkt. Luit refereert in zijn blogpost aan een presentatie aan van Henk Gianotten (zie hieronder), waarin deze aantoont dat bedrijven geen [...]

  • [...] Deel 2: Untitled, of waarom ze jouw PDF niet vinden! PDF kent extra mogelijkheden om metadata te embedden. Zoekmachineoptimalisatie doet daar belangrijke dingen mee. Henk Gianotten toonde al op diverse congressen hoe fout onze PDF’s zijn en wat er (en hoe) veel beter kan. Soms komisch maar meestal “om te huilen” wat hij ons zal laten zien. PDF kan veel, maar we doen er nog veel te weinig mee, volgens Henk. Noot redactie: een eerdere presentatie hierover is al eerder op de weblog verschenen [...]

  • Henk Gianotten

    In het verleden had ik kritiek op de gebrekkige PDF’s van onze overheid. Dat zou allemaal beter worden als we 1 overheid op 1 centrale website met 1 goede ingangscontrole zouden hebben. Dat bespaarden we scheppen geld en zou de kwaliteit met sprongen omhoog gaan.
    Wie herinnert zich niet mijn bizarre slides over de Rijksoverheid en de lachwekkende metadatapogingen?
    Lachen bij o.a. BNO, MediaAcademie, CMBO en InDesign User meeting.
    Die nieuwe site is er nu en de eerste PDF’s (gedateerd 2 april j.l.) staan er op.
    De site is mooi volgens de nieuwe regels. prima!
    De PDF’s zijn nog steeds erg slecht.
    Zonder metadata, zonder auteursnaam, zonder titel, zonder zoek-/tekstdata bij het logo van het ministerie zodat Google de zoekterm van het bewuste ministerie dus niet kan vinden, etc. etc.
    Daar hebben ze nu bijna 1 jaar over gepraat. Succes wat betreft de PDF’s: NUL!

  • Henk Gianotten

    Ja, sorry. Ik vermeldde de juiste website niet.
    Dat is http://www.rijksoverheid.nl
    Het PDF-bestand waar ik aan refereer is dat van Mevrouw Maria van der Hoeven, minister van Economische Zaken. Het gaat hier om de PDF met de antwoorden op kamervragen over de kostenstijgingen bij de telecombedrijven. Daar staan morgenochtend de berichten over in de krant. Ze moest de bewuste vragen vóór 6 april beantwoorden en dat deed ze ook. Jammer dat haar antwoord echter ongedateerd is (bij de datumregel staat niets), dat niet zij maar een ambtenaar in de metadataregel staat en dat de PDF verder ook niet aan de overheidsvoorschriften voor PDF voldoet. En het ministerie is via zoektechnieken niet te vinden omdat in de bewuste brief het logo (of de PDF) niet van tekstdata is voorzien.
    Overigens, PDF/A kennen ze nog niet!
    Nu we het over de hoognodige bezuinigingen hebben!
    Wellicht kan de webmaster van deze site een ingangscontroletool aanschaffen. Callas levert pdfaPilot 2.0 waarmee hij (of zij) alle PDF’s kan checken en zonodig converteren.

Leave a Reply

 

 

 

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Creative Commons

Op deze webiste is een Creative Commons beperking van toepassing.